Prefinanciering cruciaal voor fairtrade

Prefinanciering cruciaal voor fairtrade

Djneba Coulibaly - Aminata Bamba - Solene Prince.jpgvrijdag 05 april 2019

Ter gelegenheid van de Oikocredit Fair Trade Conferentie die we in maart 2019 organiseerden, gingen we in gesprek met 3 vrouwen die volledig ondergedompeld zijn in de Ivoriaanse cacaowereld: Djénéba Coulibaly is voorzitter van de coöperatie Katana die meer dan 2000 leden telt, Aminata Bamba is verantwoordelijk voor de duurzame werking van ECOOKIM, een associatie van 23 coöperaties, Solène Prince is verbonden aan het regionaal bureau van Oikocredit – West-Afrika waar ze de cacaopartners opvolgt.

Oikocredit investeert zo’n 9% van alle landbouwkredieten in cacao

Solène vertelt waarom dit zo belangrijk is voor Oikocredit en voor de coöperaties:

“Kleine boeren in West-Afrika hebben nauwelijks geldelijke reserves en zijn financieel zeer afhankelijk van cacao. Als ze hun oogst verkopen, ontvangen ze het inkomen waarmee ze een jaar moeten rondkomen. Een jaar later, net voor de oogst zijn ze dus het meest kwetsbaar.  En wat gebeurt? Op dat moment, doorgaans in september want de oogst begint in oktober, komen opkopers voorschotten aanbieden om de boeren zo aan zich te binden. Veelal tegen ongunstige voorwaarden. Uitgerekend op dat moment begint in Ivoorkust het schooljaar … met uitgaven voor de schoolgaande kinderen terwijl bij de meeste boeren en boerinnen de geldbeugels leeg is!  

U ziet het aankomen, dat is het moment van de waarheid voor coöperaties: ofwel kunnen ze hun leden, net als de commerciële opkopers, een voorschot aanbieden en een contract voor de aankomende oogst, ofwel kiezen de boeren voor de tussenhandelaars, ook al bieden die mindere voorwaarden. Probleem is dat de kas van de coöperaties zo net voor de oogst ook leeg is. Dat is het moment dat Oikocredit coöperaties ter hulp schiet met leningen op korte termijn. Die maken het de coöperaties mogelijk zich te engageren naar hun leden: met voorschotten en beloftes om hun cacao later in ontvangst te nemen, op voorwaarde dat de kwaliteit goed is. Op het moment dat de coöperaties de cacao, later op het jaar, verkopen in het buitenland kunnen ze Oikocredit terugbetalen”.

De coöperaties en Oikocredit vormen een goed koppel: ze zijn complementair en maken dat de boeren zich thuis weten in de coöperaties. Zonder de prefinanciering die Oikocredit (en andere collega’s) ter beschikking stellen, zouden de coöperaties niet in staat zijn voldoende cacao aan te kopen, zouden de coöperaties verzwakken en zou de fairtradeproductie niet de volumes kunnen behalen die in het Noorden gevraagd worden.

Zijn er dan geen lokale banken die leningen kunnen verstrekken voor het voorfinancieren van de oogst?  

Solène: “Nee, coöperaties kunnen in Ivoorkust bij geen enkele bank terecht. Banken vragen harde garanties die coöperaties niet kunnen geven en volumes die boven hun mogelijkheden gaan. Doorgaans komen lokale banken veel later in de cacaoketen naar voor, als ze helemaal geen risico lopen. Dat is een enorm manco van de Ivoriaanse bankwereld”.   

Meer nog: de grote handelaars en grote bedrijven in de reguliere handel kunnen in het Westen tegen zeer gunstige voorwaarden kredieten op de kop tikken via hun moederhuizen. Dat goedkoop geld stellen deze multinationals dan ter beschikking van de tussenhandelaren waarmee ze werken. Een dergelijke geldkraan heeft Oikocredit niet ter beschikking. De concurrentie tussen reguliere handel en fairtrade speelt zich dus ook af op het terrein van de financiering en voorfinanciering van oogsten. De financiering die Oikocredit aanbiedt aan de coöperaties is essentieel om fairtrade mogelijk te maken!   

In Ivoorkust en Ghana worden cacaoprijzen vastgesteld door de overheid. Is dat een voordeel voor de coöperaties?  

Aminata Bamba: “Dat systeem heeft het voordeel dat de overheid middelen heeft om de sector te ondersteunen, maar het geeft boeren en aankopers inderdaad niet veel onderhandelingsruimte. Die ruimte om ons te differentiëren is er wel op vlak van de diensten die we aanbieden. Daar trachten we als coöperatie het verschil te maken. We zetten zwaar in op vorming van onze leden en het bevorderen van de kwaliteit van de cacao. Om bijvoorbeeld tot cacao met bio-certificaat te komen zijn heel wat inspanningen, organisatie en investeringen nodig. Daar werken we aan in Ecookim. Daar kan een cacaoboer alleen nooit toe komen, zich organiseren is de enige manier om kwalitatief vooruitgang te boeken.“  

Op de Conferentie werden door andere sprekers wel bedenkingen geuit over de heffingen die plaatselijke overheden aanrekenen. Dat gaat voor een stuk ten koste van hetgeen de boeren en de coöperaties uiteindelijk overhouden uit hun handel. Maar dat is een kwestie waar noch Oikocredit noch de coöperaties invloed op hebben.  

Meer dan de helft van de boeren leven in extreme armoede, slechts 12% zou aan een ‘leefbaar inkomen’ geraken. Hoe werkt  Ecookim daaraan?

Aminata Bamba: “Er is inderdaad nog veel werk aan de winkel.  Laat me beginnen met de prijzen die we krijgen bij onze verkopen in het Westen: de fairtradeprijs en de premies zouden hoger moeten. Vanaf de volgende oogst wordt daarmee een begin gemaakt. Dat is goed nieuws. Maar we krijgen die hogere prijs enkel indien de  cacao als gecertificeerde cacao verkocht wordt. Voor zowat de helft van onze cacao, die niet terecht komt in chocolade met fairtradelabel krijgen we die meerprijs niet, ook al voldoet hij aan de voorwaarden. Dus: hoe meer chocolade onder fairtradelabel verkocht wordt hoe beter!

Wat we met onze boeren wel kunnen doen is werken aan een efficiëntere en hogere productie van betere kwaliteit. Door efficiënter om te springen met hulpstoffen zoals meststoffen, door een beter onderhoud van de plantages, door de fermentatie van de bonen optimaal te laten verlopen, door nieuwe aanplantingen, door ontbossing tegen te gaan, de stockage optimaal te organiseren, boeren op te volgen en te begeleiden, … . Het zijn allemaal actiepunten van onze coöperaties die uiteindelijk moeten leiden tot een beter inkomen voor de boeren. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het bepalen van het moment van de oogst. Soms beslissen boeren om te vroeg te oogsten. Ze doen dat omdat ze geld nodig hebben. Ook daar moet de coöperatie waakzaam op zijn.   

Heel belangrijk is de diversificatie van de teelten: door niet alleen cacao te telen maar ook groenten, bonen of maïs, verlaagt de afhankelijkheid van cacao en kunnen de inkomsten van het gezin gedurende het jaar opgekrikt worden. Een flink stuk van de fairtradepremie gaat naar programma’s voor de diversificatie van de teelten, bijvoorbeeld met groenten, maar enkele boeren startten ook met de teelt van vanille. En de fairtradepremie financiert uiteraard ook vormingen en scholing.

Laten we niet uit het oog verliezen dat sterke, goed bestuurde coöperaties een belangrijke wissel zijn op de toekomst. Daar wil Ecookim in investeren.”

Welke rol vrouwen spelen in dit alles?

Djénéba Coulibaly licht de rol van de vrouwen graag toe: “In mijn coöperatie bracht ik vrouwen samen om werk te maken van diversificatie. Met succes, wat niet evident is in een coöperatie die door mannen gedomineerd wordt. Door zelf bijvoorbeeld courgetten en tomaten te kweken, dragen onze vrouwen bij tot een betere voeding van het gezin. En de beste groenten verkopen ze op de markt.  Zo verwerven vrouwen meer respect in het dorp en in de coöperatie. En komen ze bijvoorbeeld ook met de nodige fierheid naar vergaderingen, zowel in het dorp als centraal in de coöperatie. Dat is nieuw en daar ben ik fier op want het is de eerste stap naar samenwerking, erkenning en een bredere kijk van onze leden: op hun huishouden, op de manier van omgaan met elkaar. Dat bereik je niet als je alleen thuis blijft.  In groep samenwerken is het begin van vooruitgang.“

Lukt het om kinderarbeid te bannen?

Djénéba Coulibaly wil graag ook uitweiden over kinderarbeid in de dorpen waar ze actief is:  

“We erkennen het probleem en pakken het aan, met de moeders. Want het zijn zij die bepalen of hun kinderen al dan niet mee naar het veld gaan om te werken. De regel is dat tijdens de schooltijd alle kinderen op school moeten zijn en de moeders dat moeten bewaken.  Als een kind liever niet naar school gaat, moet de moeder daar tegenin gaan. En dat wordt ook in het dorp besproken, met alle vrouwen samen. Op dagen dat er geen school is, mogen kinderen mee naar het veld. Dat is goed, want zo leren ze de boerenstiel. Maar hard labeur kan niet. Mee werken met de moeder moet op maat van het kind zijn en aangepast aan hun mogelijkheden. Dat bespreken we met de moeders. We maken een inventaris van alle kinderen, met hun leeftijd en we stellen ook een schoolkit samen: met de nodige schriften, schrijfgerief, … tegen betaalbare prijzen. Dat is misschien wel de beste stimulans om kinderen naar school te sturen. We hebben trouwens een prijs ingesteld voor de beste boeren, zij die het best de richtlijnen van de coöperatie volgen. Zij krijgen een aantal schoolkits cadeau: een zeer gegeerde prijs!”.  

Wat is het belang en de plaats van certificatie in de werking van Oikocredit in West-Afrika

Solène: “Certificatie draagt bij tot een professionalisering van de coöperaties en dat is goed.  Maar er zijn ondertussen al zoveel certificeerders op de markt dat het wat onoverzichtelijk wordt. En er kunnen vragen gesteld worden bij de kosten van al dat certificatiewerk. Samenwerking kan op verschillende vlakken nog verbeterd worden, bijvoorbeeld om kosten te beperken.

In een aantal gevallen moeten we werken met notariële aktes. Welnu: de kosten daarvan liepen uit de hand en daar hebben we met het Oikocredit-bureau onze verantwoordelijkheid genomen. We gingen in Abidjan op zoek naar een notaris die bereid was aan een lagere kost te werken. Met succes!  

Hoe dan ook moet een leefbaar inkomen voor Oikocredit hoog op de agenda staan en is het voor ons een criterium bij het goedkeuren van financieringen aan coöperaties. Maken ze daar voldoende werk van: zijn ze effectief begaan met diversificatie van teelten, met agrobosbouw, met milieubescherming, met de plaats van vrouwen in de coöperatie, met een verhoging van de professionaliteit en de efficiëntie van de productie …  allemaal factoren die bijdragen tot een beter inkomen van de boeren”.

Opgetekend door Marc Bontemps

« Terug